Een nieuwe pan kopen zonder eerst je fornuis-type te checken is een dure misstap. Per fornuis: wat werkt, wat niet, en waarom.
Een pan die op gas perfect werkt, kan op inductie volledig niets doen. En een dunne pan op keramisch is een recept voor kromtrekken. Welke pan bij welk fornuis past, is een belangrijkere vraag dan welk merk je kiest.
Gasfornuis: het meest vergevingsgezind
Op gas werkt vrijwel elk materiaal: aluminium, RVS, gietijzer, koper, keramiek. De vlam past zich aan de bodem aan. Het enige nadeel van dunne pannen op gas: ze branden sneller aan op één plek.
Inductie: alleen magnetisch metaal
Een inductieplaat herkent alleen pannen met een ijzerhoudende bodem. Test eenvoudig met een koelkast-magneet: blijft hij plakken aan de pan, dan werkt hij. Aluminium en koper werken niet, tenzij ze een speciaal ingelaten magnetische laag hebben.
Wel geschikt: gietijzer, geëmailleerd staal, RVS met inductiebodem, sommige aluminium pannen met sandwich-bodem.
Niet geschikt: pure aluminium, koper, glas, keramiek. Tenzij ze expliciet 'inductie-geschikt' op het label hebben.
Keramisch glasplaat: vlakke bodem is heilig
Op een keramische plaat moet de bodem volledig vlak liggen. Anders raakt warmte het glas ongelijkmatig en kan de plaat barsten op de lange termijn. Gietijzer is technisch geschikt maar zwaar, schuif niet over het oppervlak.
Het beste materiaal: RVS met dikke sandwich-bodem, of geëmailleerde gietijzer.
Wat je altijd kunt kopen
Een gietijzeren pan werkt op alle vier de fornuis-types (gas, inductie, keramisch en elektrisch). Geëmailleerd gietijzer is bovendien geschikt voor de oven. Dat maakt het de meest veelzijdige investering als je weet dat je over een paar jaar misschien verhuist en niet weet welk fornuis je dan krijgt.
